Ook al hebben we geen pasklare antwoorden, we moeten in de kerk veel meer in gesprek over de dood, vindt ziekenhuispredikant Simone Visser. Een gesprek over afscheid, angst en levensvragen.

U bent geestelijk verzorger in een ziekenhuis. Wat houdt dat werk precies in?
“Ik sta mensen bij in het omgaan met hun ziekte. Als geestelijk verzorger ben je vooral een luisterend oor, je vraagt wat mensen bezighoudt. Waar bent u bang voor? Waar verlangt u naar? Als er aanleiding voor is, bid ik met mensen, en lees ik een stuk uit de Bijbel. En soms wordt er gevraagd naar rituelen, zoals ziekenzalving.   

Soms willen mensen gewoon hun verhaal kwijt, zorgen over hun kinderen bijvoorbeeld. Maar soms gaat het heel concreet over hun ziekte, over sterven, over het afronden van het leven op aarde.”

Je leven afronden … Hoe doe je dat?
“Dat is niet makkelijk. In het ziekenhuis ga je soms heel lang door met behandelen. Dat vinden sommige patiënten ook fijn - zo lang je behandeld wordt, ga je nog niet dood. Maar dat kan ertoe leiden dat ‘het laatste stukje’ heel kort wordt. Mensen zijn dan heel erg ziek, en hebben weinig tijd meer om bewust afscheid te nemen van hun naasten.

Tijdens een overlijdensproces worden vaak beslissingen genomen die veel consequenties hebben voor de verwerking bij de nabestaanden. Dan gaat het bijvoorbeeld om het stoppen met dialyseren. Het zijn altijd de artsen die die beslissing nemen, na een gesprek met de patiënt en hun naasten, maar familieleden kunnen zich toch verantwoordelijk voelen voor hoe het gegaan is. Zo heb ik een dochter gesproken die er heel lang last van had, dat zij mogelijk toestemming had gegeven voor het stoppen van de behandeling, waardoor haar vader kwam te overlijden. Het hielp haar om hierover door te spreken met de arts. Als geestelijk verzorger is het belangrijk om oor en oog te hebben voor dit soort ervaringen.”

Helpt het als van tevoren over dit soort beslissingen is gesproken?
“Ik merk dat er veel ontspanning ontstaat als het lukt om als familie het gesprek aan te gaan, en dat het helpt om achteraf goed terug te kijken. Dat gesprek voeren is niet altijd makkelijk. Ik heb meegemaakt dat een vrouw niet met haar man over zijn naderende sterven wilde praten. Achteraf had ze daar spijt van, wilde ze dat ze het toch hadden besproken.”

Wat maakt het levenseinde zo complex, zo kwetsbaar?
“Sterven is heel persoonlijk, er is geen boekje voor. En je kunt het niet overdoen. Het leven gaat echt weg, het is onomkeerbaar. Toen mijn moeder stervende was, zei mijn leidinggevende dat ook: ‘Simone, je moet hier de tijd voor nemen, want je kunt het niet meer overdoen.’ Dat vond ik heel fijn. Vanuit plichtsgevoel ben je geneigd om gewoon door te werken, maar uiteindelijk is het heel goed als je wél aan het bed van je moeder zit. Die laatste momenten samen zijn heel kostbaar.”

U pleit ervoor in de kerk méér over de dood te spreken.
“Mensen zitten vol vragen over dit onderwerp. Is er nog iets na dit leven? Veel mensen kijken naar allerlei tv-programma’s over de dood: over reïncarnatie, over geesten. Ik heb een vrouw ontmoet die zei: ‘Ik ben zo bang om te sterven. Straks vindt mijn geest geen rust en zwerft onrustig over de aarde.’ Dat ging me door merg en been.”

Wat zegt u dan?
“Dat ik geloof dat er bij God rust is. Maar je wilt niet gaan evangeliseren. Ik kan alleen iets delen van wat ik zelf geloof. Tegelijkertijd: alleen al het feit dat zij haar angst kon uitspreken, hielp haar. We moeten echt laagdrempeliger met elkaar in gesprek. Kijk een film samen, organiseer een gespreksavond. Help mensen het gesprek hierover te voeren. En kijk als predikant ook eens naar Hart van Nederland. Soms zijn we misschien wel te elitair als kerk, hebben we geen idee wat onze gemeenteleden zien.

Sterven wordt steeds meer een medisch fenomeen, maar dat is niet terecht. Sterven gaat ook over levensvragen, over zingeving. Als predikanten mogen we veel meer uitstralen dat het hierover niet alleen in de spreekkamer van de arts gaat, maar ook in ónze spreekkamers.”

Ook over de lastige ethische onderwerpen?
“Ja, de uitdaging voor de kerk is om iedereen het gesprek aan te bieden. Laten we als kerk mensen heel lang aanhoren zonder oordeel. Ook ik vind het onderwerp ‘euthanasie bij voltooid leven’ lastig: mag het leven zo maakbaar zijn, dat er een einde aan je leven gemaakt kan worden als je het zelf niet meer leefbaar vindt? Dat gaat echt een enorm stuk verder dan de huidige euthanasiepraktijk. Maar we moeten niet in de valkuil van het oordeel stappen. Mensen hebben geen pasklare antwoorden nodig, maar vooral een luisterend oor.”

Hoe doe je dat, een luisterend oor bieden?
“Vooral door vragen te stellen. Als mensen weten dat je beschikbaar bent om over het onderwerp te spreken, kunnen ze er zelf op terugkomen. Zeg of schrijf er bijvoorbeeld iets over in je preek of in het kerkblad. Mensen mogen weten: de predikant is een gesprekspartner.”

 

Dit artikel is overgenomen van  https://www.protestantsekerk.nl/verdieping