Op zondag 15 december, de 3de Advent, vindt in de middag traditioneel de jaarlijkse Kerst High Tea plaats van 15.00 – 17.00 uur voor al de leden, vrienden en kennissen van De Kapel. Tijdens deze sfeervolle samenkomst houdt ds. Carel ter Linden een presentatie rond de twee van elkaar verschillende kerstverhalen die in de bijbel staan en laat daarbij afbeeldingen van verschillende kunstuitingen zien. Natuurlijk zingen we ook kerstliederen en is er gelegenheid om met elkaar in gesprek te zijn.

Tijdens de kerst hightea is de bekende predikant ds. Carel ter Linden – opnieuw – onze gast. Hij vertelt ons over de achtergronden van de twee kerstverhalen die in de bijbel staan. In de beide geboorteverhalen van Jezus – het ene is van Mattheüs en de andere van Lucas, wordt verteld hoe God zelf hem bij een aards meisje verwekt. In zijn boek ‘Wat doe ik hier in godsnaam’ schreef hij hier al over. We citeren hem hier, ter introductie van zijn presentatie.

 De beide schrijvers willen hiermee zeggen dat deze mens voor zijn volk, ja voor de wereld als geheel, een god-send is geweest. Nu zijn ‘geboorteverhalen’ in de Bijbel geen reportage van iemands feitelijke geboorte, maar een illustratie van de betekenis van iemands leven; het oude testament kent er verschillende. Zo’n verhaal kan daarom ook pas na de dood van de betrokkene worden geschreven, en als Lucas dit schrijft, is Jezus al vijftig jaar dood. Wie in de onbevangenheid van een kind het kerstevangelie gaat lezen, moet ik op iets voorbereiden. Want wat het kerstverhaal vertelt is nooit zo gebeurd, en dat wil het kind in ons in deze dagen niet graag horen. Maar wij zijn nu eenmaal geen kind meer. De Franse filosoof Paul Ricoeur heeft eens gezegd: wat wij nodig hebben om die oude Bijbelverhalen te begrijpen, is een ‘tweede naïviteit’. Een die de argeloosheid van het kind heeft overwonnen (wij zullen engelen die Hebreeuws spreken bijvoorbeeld niet letterlijk meer nemen) maar die nog wel in staat is om in die wonderlijke verhalen de verborgen boodschap te horen. Welnu, ik waag het erop en doe een beroep op ieders ‘tweede onbevangenheid’.

Zouden wij zulke verhalen letterlijk nemen, dan bemoeilijken wij het begrijpen aanzienlijk. Dat kon nog in een tijd, waarin men geen onderscheid maakte tussen het diepzinnige verhaal en het daarin verhaalde gebeuren. Dat kunnen wij echter niet meer. Dan wordt Jezus in onze ogen een halfgod. Dan kan hij ook niet langer onze broeder, ons voorbeeld zijn: een halfgod kunnen we niet navolgen. Wanneer wij Jezus losmaken van zijn joodse wortels en van de diepzinnige verteltrant van zijn dagen, gaat er van alles schuiven. Dan blokkeren wij ieder gesprek met het jodendom. Maar ook met de Islam, die Jezus, daar ‘Isa’ geheten, in ere houdt als een groot profeet, maar met de gedachte dat hij letterlijk ‘een zoon van God’ zou zijn niet uit de voeten kan.