De coronacrisis raakt ons in onze normale manier van kerk-zijn: kerkdiensten en andere ontmoetingen zijn maandenlang onmogelijk. Hoe gaan gemeenten hiermee om? En leert deze periode ons iets over de kern van kerk-zijn?

Dat de coronacrisis veel gevolgen voor de kerken heeft, is wel duidelijk. Maar de exacte en blijvende impact is nog lastig te bepalen, denkt Marten van der Meulen, wetenschappelijk beleidsmedewerker Gemeenteopbouw bij de dienstenorganisatie en universitair docent aan de PThU. “Ik heb al meerdere keren de metafoor van ‘sneeuwstorm, winter en ijstijd’ voorbij zien komen. De vraag is: bevinden we ons in een sneeuwstorm? In dat geval ga je even schuilen, en daarna ga je op hetzelfde pad verder. Of is het winter? In dat geval moet je je goed voorbereiden, voorraden aanleggen. Of is het een ijstijd? Dan moet je een totaal andere manier van leven ontwikkelen.” Zelf denkt hij aan een van de laatste twee scenario’s. “Deze crisis verandert meer dan we denken. Maar hoeveel, dat moet nog blijken.”

Nieuwe ruimte

Gemeenten gaan verschillend met de crisis om, ziet Van der Meulen. “Veel kerken hebben snel iets online opgezet. Pas in de loop van de tijd begonnen mensen zich te realiseren dat een online kerkdienst om een heel andere aanpak vraagt.” In sommige gemeenten kwam veel creativiteit los.“Er is nieuwe ruimte ontstaan voor mensen die goed zijn in creatieve dingen bedenken. Bijvoorbeeld als het gaat om het omzien naar elkaar. Of als het gaat om online vormen. Sommige gemeenten hebben ontdekt: we kunnen online meer mensen bereikenof juist kleinere groepen beter ondersteunen.Ik verwacht dat er na deze crisis verder geëxperimenteerd zal worden met hybride vormen van offline en online kerk-zijn.”

Tijd om te rouwen

Toch moeten we ons niet meteen afvragen wat deze crisis ons kan leren, denkt Van der Meulen. “Het is belangrijk om straks eerst de tijd te nemen om te rouwen. Over wat we kwijtgeraakt zijn, over wat we gemist hebben. Veel gemeenten zijn leden verloren, we hebben elkaar een periode niet kunnen zien, er zijn misschien problemen in gezinnen ontstaan. Het is belangrijk om dat te benoemen: het is moeilijk geweest.” Tegelijkertijd bepaalt deze periode ons wél bij wat echt belangrijk is. “We worden teruggeworpen op ons gezin, op onze vrienden. De kerkdienst is nu even van minder betekenis. Maar de kerk hangt niet af van een kerkgebouw, van een kerkenraad, of van kerkdiensten. De kerk is daar waar Christus isVerder lezenKerk2025: terug naar de kern, en dat kan op heel veel verschillende plekken zijn. Ook in gezinnen, in vriendschappen, in kleine groepjes, in online groepen … Ik denk dat we dat nu herontdekken. Er blijkt veel te zijn dat leuk was, en goed, en belangrijk, maar toch niet tot de basis behoort. Het zijn de onderlinge relaties die de basis vormen: de relatie met God, met elkaar, met mensen van buiten.”

De kerk ‘gebeurt’

Wat betekent die ‘herontdekking’ voor de toekomst? Van der Meulen: “Deze periode biedt gemeenten de kans om zich af te vragen: willen we straks weer terug naar hoe we het voorheen deden, nu we het een tijd anders hebben moeten doen? Is er iets moois gegroeid dat we kunnen versterken?” Dat hoeft niet overal op dezelfde manier, benadrukt hij. “Niet elke gemeente hoeft te gaan vloggen. Ga uit van je eigen kracht.” Van der Meulen verlangt zelf inmiddels wel weer naar een ‘gewone’ kerkdienst. “Ik besef opnieuw hoe fijn de kerkdienst is, hoe goed het is om fysiek bij elkaar te kunnen zijn. En toch: deze crisis maakt duidelijk dat de kerk ‘gebeurt’, ook als de dingen wegvallen die eerder enorm belangrijk leken.” 

Neem even de tijd

Bespreek tijdens de eerste ‘normale’ kerkenraadsvergadering eens de volgende vragen samen:

  • Waar ben je verdrietig om?
  • Wat heb je niet zo gemist?
  • Welke nieuwe dingen heb je ontdekt?
  • Wat ga je blijvend anders doen?
  • Hoe heb je God, elkaar en de wereld anders leren kennen?

 

Artikel overgenomen van de website van de Protestantse Kerk Nederland