Op 6 september j.l. preekte Jetty Scheurwater over het thema Elkaar aanspreken is ‘houden van’.

Tijdens het online koffiedrinken na de dienst via Zoom ging het al snel over ‘elkaar aanspreken op de anderhalve meter’. Durven we dat?  En hoe doe je dat op een vriendelijke, niet-terechtwijzende manier?

Mijn man Henk en ik hebben het afgelopen half jaar wat geoefend. We vroegen ons af: Wat werkt, roept geen weerstand op en is ook kort en bondig? Twee formuleringen doen het goed:
1) Mag het anderhalve meter zijn alstublieft?
2) Ik voel me prettiger bij wat meer afstand.

Het volgende bespreekpunt was: ‘Kunnen we elkaar in het kerkenwerk in onze gemeente makkelijk aanspreken?’ Overheersende mening: ‘Nee, niet zo’. Hoe zouden we dit kunnen verbeteren?

We verkenden deze complexe materie met zevenmijlslaarzen, zonder de pretentie het ei van Columbus te vinden. De Zoom-deelnemers vonden het een zinvol gesprek. Daarom willen we onze overwegingen graag delen.
Er kwamen twee ‘methodes’ met een simpel stramien langs. De toepassing is echter alles behalve simpel.

a) Top – top –  tip
Deze ‘methode’ wordt o.a. gebruikt bij het onderwijs aan mbo-leerlingen. Je benoemt twee dingen die je waardeert in de ander, twee sterke punten. Dat dwingt je, al wil je iets lastigs aan de orde stellen, ook naar de positieve kanten van de ander te kijken. Na de twee ‘tops’ doe je respectvol een suggestie over wat voortaan misschien anders/ effectiever/sympathieker etc. kan. Bijvoorbeeld: ‘Misschien wordt je presentatie nog boeiender als je……..’ Óf:  ‘Ik denk dat je voordracht duidelijker wordt als je een paar voorbeelden geeft’.

Het komt nogal op een secure formulering aan. Zorg dat je iets over het product/de situatie zegt, en niet over de persoon. En formuleer een behoefte of wens van het ‘ik’. Wijs niet op een (vermeende) tekortkoming van de ander. ls vierde stap kun je samen tot een afspraak over een hernieuwde aanpak zien te komen.

b) de driedelige ik-boodschap
Aan de hand van de 3 G’s, gedrag (of situatie), gevolg, gevoel formuleer je achtereenvolgens: 
- in neutrale bewoordingen wat je hindert. Geen beschuldigingen of termen als ‘nooit’, ‘jij altijd’.
- wat het gedrag voor gevolg heeft, welk effect het op jou heeft. Beschrijf dit feitelijk, objectief.
- welke emoties het gedrag van de ander bij je losmaakt. Hier wordt het dus subjectief.
Voorbeeld: ‘Vorige week heb je toegezegd binnen drie dagen op mijn mail te reageren, maar ik heb nog niets gehoord. Zonder jouw reactie kan ik geen bericht aan de anderen geven. En dan voel ik me in gebreke blijven’.
Ventileer geen negatieve oordelen over de ander, maar houd het bij jezelf. Daardoor zal de ander geneigd zijn met je mee te werken/denken in plaats van de hakken in het zand te zetten.

Een persoonlijk leerpunt van mij was ooit: check je aannames. In het voorbeeld van de mail waarop  geen reactie gekomen is: vraag eerst na of het klopt dat de ander nog niet geantwoord heeft. 

Tot zover een impressie van de gedachtewisseling van de Zoom-koffiedrinkers,
Margreet Kok