Dertigers en veertigers ontbreken in veel plaatselijke gemeenten, in elk geval tijdens de kerkdienst op zondagmorgen. Ledenaantallen laten zien dat deze groep ondervertegenwoordigd is in de Protestantse Kerk. Als deze groep niet meer naar de kerk komt, wat betekent dat voor de toekomst van de kerk?

Arjan Markus, predikant in Rotterdam-Delfshaven, Oude of Pelgrimvaderskerk.

“Ze komen voor de inhoud”

“De groep dertigers en veertigers vormt misschien wel de grootste groep in onze gemeente. Ze komen voor de inhoud, het moet gaan over het dagelijkse en seculiere leven, en over levensdilemma's. Dat zij zo vertegenwoordigd zijn is een godsgeschenk. Het is hier jong en levendig, we hebben dit jaar 16 belijdeniscatechisanten en elk jaar wel zo’n 20 dopelingen. Maar als het over betrokkenheid gaat is het niet altijd feest. Jonge mensen komen nooit allemaal, er komt voor hen best vaak iets tussen. Twintigers en dertigers zijn druk met de opbouw van hun leven en hun carrière, en sommigen met hun gezin. Veertigers zijn druk met hun werk. Als ze al vrijwilligerswerk doen, dan één project tegelijk.

Dat roept bij mij twee reacties op. De eerste is: kom op, iedereen heeft het druk, handen uit de mouwen en ga wat doen. De tweede is mededogen. Het levenswater staat deze mensen vaak tot aan de lippen. Als ze er nog iets bij moeten doen, vallen ze om. We moeten hen ook helpen, perspectief bieden om het vol te houden. We gunnen hen dus tijd om op adem te komen in de kerk, maar we hebben ook menskracht nodig. Ze willen soms wel wat doen als het bij hen aansluit. Daar kun je als kerk op anticiperen. Niet alleen zelf activiteiten verzinnen maar ook vragen wat zij op het hart hebben. Je kunt op beide sporen beleid maken.”

“Ik ben meer bezig met de dertigers zelf” 

Thea de Ruijter, predikant in de Protestantse Gemeente Dronten

“Ik ben aangesteld met de opdracht ‘extra aandacht voor dertigers’, in de hoop dat zij naar de kerk komen. Maar in mijn ogen is op zondag in de kerk zitten niet het doel. Ik heb een andere taak: open interesse naar mensen in die leeftijdsfase, binnen en buiten de kerk. We hebben hier meerdere doopdiensten per jaar. Mensen zeggen weleens: hun ouders zien we verder nooit. Dat komt omdat de kerk niet hun wereld is, maar ze vinden de doop wel waardevol. In dat spanningsveld werk ik en ontwikkel ik activiteiten. Zo bezoek ik alle baby's. Dan heb je contact met de ouders over dit live event, de geboorte. Soms volgt een traject naar de doop toe. Op een gegeven moment vraag ik dan of ze aan willen haken bij een kring. Ik ben hier nu vijf jaar en heb veel dertigers kunnen betrekken. Ik verbind hen ook aan elkaar in een kring, ze vinden graag herkenning bij leeftijdsgenoten.

Ik ben meer bezig met de toekomst van de dertigers zelf dan met de toekomst van de kerk. In een gespreksgroep van jonge ouders merk ik dat zij bezig zijn met het bepalen van hun eigen positie in wat zij van huis uit hebben meegekregen en hoe dat te integreren in hun leven. Daar kan de kerk behulpzaam in zijn. Ik zie het als een kans wat je als kerk aan deze generatie kunt geven. Dat geef je dan uit handen, want de kerk van de toekomst gaat er heel anders uitzien.”

“Kerk vindt ook plaats in andere vormen”

Johan Meijer, predikant in de Protestantse Gemeente Borne

“Op een reünie van mijn basisschool vertelden een paar vroegere klasgenoten dat ze niets hadden gehoord van de kerk toen ze ziek waren of in scheiding lagen. Dat raakte me diep. Wat doen we verkeerd? Maken we wel goed contact? Als veertiger heb ik veel contact met mijn generatie in mijn gemeente. Er is, uit een jaarlijkse ontmoetingsdag, een zelfstandig netwerk ontstaan van generatiegenoten. Facebook speelt daarin een belangrijke rol, net als het meeleven met elkaar. Verder hangt het ook samen met mijn persoon. Ik ben heel open, maak makkelijk contact. Daarnaast word ik gezien als iemand die staat in het ambt. Als zo’n persoon oog heeft voor jouw verhaal, dan blijkt dat meer te betekenen dan aandacht van een willekeurige generatiegenoot. De geloofsdimensie komt erin mee. Maar of de kerk daarin mee komt? 

Mijn generatiegenoten zijn er eerlijk over. ‘Ik ben bezig met het geloof, word geïnspireerd door wat je zegt, maar de kerkdienst is mijn vorm niet.’ Overigens hoor ik die geluiden ook weleens van anderen. Het koffiedrinken na de dienst wordt in deze tijd van online diensten nog het meest gemist. Daar vindt de verbinding plaats. 

Ik weet niet wat dat betekent voor de toekomst van de kerk. De fysieke kerkdienst moet blijven bestaan om de lofzang en de verkondiging gaande te houden. Ook als het voor een kleine groep mensen is. Maar daarnaast vindt kerk plaats in allerlei andere vormen. Luister naar wat mensen nodig hebben en houd persoonlijk contact.”

“Echt ruimte voor verandering maken”

Dorothée Berensen-Peppink, werkt in de Protestantse Gemeente Zeewolde voor de groep 25 tot 45 jaar.

“Deze vraag wordt veel gesteld. Er klinkt teleurstelling en zorg in door. En ik proef er het verlangen in dat dertigers en veertigers zich weer thuis voelen in de kerk. Zijn we misschien op een bepaalde manier al aan die terugloop gewend geraakt? Ik hoop en bid dat dat besef ons back to basics, terug bij Jezus brengt. Hoop voor de toekomst van de kerk heb ik als we van jong tot oud in gesprek gaan over de vraag door wie we ons laten bezielen en binden. Ik geloof in de kerk als plek waar díe vraag centraal staat, en waar mensen gezien worden. Dat kan door te werken aan een cultuur waarin ruimte is voor kwetsbaarheid, waarin je met andere generaties kunt delen wat je lastig vindt in het leven en hoe je ermee om moet gaan, een plek voor twijfel en geloof.

Mijn ervaring is dat wanneer je de mens achter de vrijwilliger ziet, er vaak ook ruimte en zin komt om vorm te geven aan creatieve ideeën die leven voor de kerk. De kerk zou een plek moeten zijn die de verbinding maakt tussen de 2% van de zondagochtend en de 98% van de drukke werkweek. Dat betekent echt ruimte maken voor verandering. Er zijn hoopvolle initiatieven als ‘Samenrondetafel’ en pioniersplek Christelijk Spiritueel Centrum. Uniek blijft dat de kerk een plek is waar generaties elkaar van hart tot hart kunnen ontmoeten.”

Woord&weg

Dit artikel staat in het oktobernummer van woord&weg. Klik hier voor een gratis abonnement.