Allemaal hebben we onze eigen herinneringen aan het eerste jaar met corona. Verpleeghuizen gingen op slot. Bezoek in ziekenhuizen werd beperkt. Dominees konden niet meer op ziekenbezoek. Veiligheid stond voorop.

De eerste weken mochten de geestelijk verzorgers in de ziekenhuizen ook nog maar incidenteel naar patiënten. Er was te weinig beschermende kleding en er waren veel vragen over de besmettingsrisico’s. Zoveel lijden, zoveel stervenden. Gevoelens van onmacht.

Een verpleegkundige vertelde over haar patiënt: “Het ging weer goed met hem, en opeens vanmorgen lag hij dood in bed.” En een dokter zei: “Als ik geen IC-bed meer beschikbaar heb, leg ik mijn werk neer. Dat is te erg.” Een verpleegkundige vroeg me om een verwarde corona patiënt te bezoeken. Hij zou aan het opknappen zijn. Ik trof een zeer benauwde man met zuurstofmasker. Praten ging niet. Ik wist niets van deze man. Hoe zou ik hem kunnen steunen? Wat voelde ik me machteloos! Deze ervaringen maken werkers in de zorg moe.

Jezus huilde

Zieken bezoeken is mijn vak. Ruim 25 jaar ben ik nu predikant. Nooit eerder werd ik zo geraakt door het vele lijden om me heen. In juli 2020 las ik het boekje van Thomas Wright: God en de pandemie. Hij schrijft over christenen in de eerste eeuwen die pestlijders bezochten. Dat dwong toen diep respect af. Zieken bezoeken, doden begraven, dat is de opdracht van Jezus. Wright beseft de risico’s van het bezoeken van coronapatiënten. Hij vraagt ook aandacht voor de eigen veiligheid en verantwoordelijkheid. Tegelijk wijst hij ons op de opdracht om zieken te bezoeken, ook besmettelijke zieken. Mijn angst nam af toen ik de verbinding met de opdracht van Jezus weer helder had.

Na de angst kwam de machteloosheid, uitgeput door de onophoudelijke stroom van lijdende patiënten en collega’s die zich onthand voelden door zoveel dood in het ziekenhuis. Voor meelevende collegapredikanten kon ik slechts zelden toegang regelen buiten het bezoekuur. Hoe kunnen we onze opdracht om zieken te bezoeken waarmaken en invulling geven?

Wright wijst ons de weg aan de hand van de Bijbel. De oproep tot het Koninkrijk van God komt via het verhaal van Jezus, de Mensenzoon die is gekomen om te dienen. Gods macht bestaat in dienen. In Johannes 11:21-35 lezen we hoe Jezus huilt bij het graf van Lazarus. Zijn gezag bij het graf komt voort uit tranen en vertrouwen. Zo sprak Jezus. Het huilen bij het graf, dat is niet zoals wij voorzienigheid en almacht hadden bedacht. Het wijst ons erop wat het betekent dat we als christenen worden opgenomen in het zuchten van de wereld (Romeinen 8:16-17). Jezus volgen betekent dat we God in ons zijn werk laten doen. Aanwezig zijn op plaatsen van lijden en kwetsbaarheid, delen in het verdriet. Zelf geraakt worden. Klagen met de psalmen waar de situatie uitzichtloos is. Blijven bidden. Nabij zijn in het nu. Dat is de enige manier om in verbondenheid met het evangelie te leven en te werken.

Perspectief voor kwetsbare mensen

De pandemie bepaalt ons bij onze kwetsbaarheid. Het eerste jaar draaide alles om veiligheid en afstand houden. Nu neemt de roep om vrijheid toe. Maar als iedereen gevaccineerd is, zijn de problemen niet voorbij. Vele groepen zijn geraakt door de lockdownmaatregelen. Als christenen moeten we een nieuwe weg vinden in het omgaan met lichamelijke en materiële kwetsbaarheid. 

Er zijn door de pandemie vele hongerigen en naakten bijgekomen. ‘Houd moed, heb lief.’ Naast ‘veiligheid’ en ‘vrijheid’ staat ‘liefde’. Jezus heeft ons door de tekenen in Johannes laten zien in welk Koninkrijk we mogen leven. De hoop op dat Koninkrijk overstijgt de belofte van de vaccinatiecampagne.

Ik stel me voor dat Jezus mensen die het zwaarst getroffen zijn door de pandemie zou opzoeken. Hij zou huilen aan het bed van mijn stervende patiënt en bidden. Hij zou de onmacht van de ontzette verpleegkundige dragen. En met Pinksteren zouden Zijn leerlingen op weg gestuurd worden, toegerust met de Geest.

Gespreksvragen

  •  Zieken bezoeken luistert nauw. Sommigen hebben maar weinig energie om mensen te spreken. Anderen zijn bang om besmet te worden. Weer anderen vinden contact belangrijker dan besmetting. Hoe ontdekken we bij ons werk van zieken bezoeken wat het belang van de zieke zelf is? En van de naasten van de zieke? Of de zorginstelling waar hij of zij is?
  • Het afgelopen jaar was gericht op veiligheid. Men probeerde het virus onder controle te krijgen. Veel mensen zijn bang om besmet te worden. We zijn door corona opnieuw bepaald bij onze kwetsbaarheid. Hoe gaan we daarmee om? Zetten we alles op alles om niet besmet te worden? Moeten ouderen de rest van hun leven afstand houden van hun kleinkinderen? Durven we de gedachte toe te laten dat we geen controle hebben over ons leven? Dat we ook onverwacht kunnen sterven?
  • De media lijken telkens een nieuwe groep onder de aandacht te brengen die het zwaar heeft. Doel is vaak dat er wat verandert aan de beperkingen. Er is ook veel stil leed. Hoe reageren we daarop? Hebben we als kerk een signalerende rol voor de noden die zijn ontstaan door de pandemie? Hoe rusten we ons toe? Zoeken we samenwerking met andere partijen?

Dit artikel is geschreven door Annie J. Hasker, geestelijk verzorger Isala Zwolle, en te lezen in de nieuwe brochure ‘Kerk na corona - ‘Hef op uw hoofden’. U kunt het boekje gratis aanvragen via protestantsekerk.nl/kerknacorona.