Ds.Kick Bras (1949), voormalig wijkpredikant van de Bethlehemkerk, is als onderzoeker verbonden aan het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen, hij leidde daar vorige week een studieweek over zijn nieuwste boek. Bras werkte als predikant van de PKN en docent spiritualiteit aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij schreef meer dan dertig boeken over spiritualiteit en mystiek, onder meer het door Trouw hooggewaardeerde Oog in Oog - Christelijke mystiek in tekst en beeld uit 2017.

 Afgelopen week stond onderstaande recensie van het laatste boek van ds Kick Bras Onuitsprekelijk paradijs. De groene spiritualiteit van Thomas Merton in dagblad Trouw. Klik hier om het hele artikel in Trouw te lezen.

Auteur: Pauline Weseman14 juli 2021

Het thema

Bras schreef vaker over de bekende Amerikaanse trappistenmonnik Thomas Merton (1915-1968) maar richt zich in dit boek op diens natuurvisie, een ‘groene spiritualiteit met een eenheid van natuurmystiek en ecologische ethiek’. Na de neutrale, goed onderbouwde beschrijvingen van een onderzoeker, in toegankelijke taal, vertelt Bras in het nawoord wat hemzelf raakte, hoe Mertons ervaringen hem inspireren tot dankbaarheid voor en verbondenheid met de schepping. Ook om met positieve energie te werken aan een houdbare planeet in plaats van met negatieve, geuit in ‘diepe zorg en ernstige gezichten’.

Uitwerking

De natuur was voor de monnik Merton bovenal gewoon iets waar hij van hield, van genoot en met verrukking over schreef. Daarin voorgeleefd door zijn moeder die hem de vogelnamen leerde en zijn vader, een landschapsschilder die hem meenam op zijn natuurreizen. Ze overleden op respectievelijk zijn zesde en vijftiende levensjaar. Natuur was voor Merton geen vrijetijdsbesteding of stil decor, hij ervoer hierin eenheid met God. “Het landschap ging hem voor in gebed, ging hem voor in het prijzen van de Schepper”, schrijft Bras. De natuur was als een ‘onuitsprekelijk paradijs’, een ‘wijd open geheim dat er voor iedereen is, gratis’. Als een panentheïst zag Merton de stille aanwezigheid van God in alles. Geen pantheïsme, dus geen vergoddelijking van de natuur. Indrukwekkend is zijn genademoment in 1964 waarin hij de natuur ervaart als godsgeschenk, het omgekeerde van het toe-eigenen daarvan. Bras gaat hierbij diep in op Mertons inspiratiebronnen, de benedictijnse en franciscaanse spiritualiteit, Griekse kerkvaders, zenboeddhisme, confucianisme, taoïsme en de natuuractivisten Dorothy Day (1897-1980) en Henry David Thoreau (1817-1862). We leren een man kennen die sterk verlangde naar, eerder verslaafd was aan stilte, eenzaamheid en vrijheid. Hij vond dat niet in het drukke kloosterleven, in de voortdurende aanwezigheid van anderen, hoewel hij tegelijk hield van sociaal contact, een van de vele ambivalenties in hem. De abt maakte hem boswachter zodat Merton de natuur in kon trekken. Na allerlei tussenwoonvormen, trok de monnik zich pas in 1965 volledig terug als kluizenaar in een bungalow op het kloosterterrein in Kentucky. Merton werd vanaf 1955 maatschappijkritischer en ging zich publiekelijk opstellen tegen bijvoorbeeld atoombewapening en uitbuiting.

Treffende passage

“Deze bloem, dit licht, deze stilte = Dominus est (De Heer is hier), eeuwigheid! Vooral omdat de bloem zichzelf is en het licht zichzelf is en de stilte zichzelf is en ik mijzelf ben.” Uit Mertons dagboek: A Search for Solitude. Pursuing the Monk’s True Life.

Klik hier om het hele artikel in Trouw te lezen.

Auteur: Pauline Weseman14 juli 2021