Samenwerken inspireert en motiveert. Het kan gemeenten ook helpen bij uitdagingen zoals het vinden van ambtsdragers en het vasthouden van jongeren. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat gemeenten samenwerken spannend vinden: lukt het wel om elkaar, met elk een unieke context, goed te helpen? En verlies je door samen te werken je eigenheid niet? Wat doe je: eenzaam voortploegen op de rotsen of samen sterker staan?

“Juist door samen te werken kun je zelfstandig blijven”

“Er is bijna geen gemeente waar samenwerking niet een thema is. Het meest dringende probleem dat daaraan ten grondslag ligt is te weinig bestuurskracht. Als classispredikant zie ik steeds meer dat kerkenraden moeilijk bemenst kunnen worden. Vooral diakenen, kerkrentmeesters, voorzitters en scriba’s zijn nauwelijks te vinden. Op een gegeven moment kan het punt komen dat het gewoon niet meer gaat. Als er daarnaast een groot verlangen is om de kerk dichtbij te houden, in het dorp of de wijk, ontkom je niet aan samenwerken. Juist door samen te werken kun je zelfstandig blijven.

Gemeenten vinden dat reuze spannend. In mijn classis heb ik de door mij geschreven handreiking ‘Als de kerk kleiner wordt’ verspreid. Samenwerken is daar een belangrijk thema in. Op het moment dat ik daarover met kerkenraden in gesprek ga, deinzen ze vaak terug. Ze horen het welwillend aan, maar het punt van de zelfstandigheid, van de eigen identiteit is zo belangrijk dat het zelfs het nadenken over samenwerking in de weg staat. Daar zit een onterechte angst achter. Door samenwerking gaat de eigenheid van de gemeente niet verloren, je behoudt die juist! Samenwerken gaat vooral over techniek, de bestuurlijke kant. Als vier dorpskerken maar één kerkrentmeester hebben, dan heeft elke kerk niets. Samen hebben ze een college. Daarnaast blijven er vier zelfstandige gemeenten. 

In mijn jaren als classispredikant heb ik geleerd dat de vraag om mee te denken als het gaat om te weinig bestuurskracht uit de gemeente zelf moet komen. Als ik een signaal krijg, ga ik er dan ook direct op af. Dan is het water blijkbaar tot aan de lippen gestegen. Daarnaast is samenwerken het project van de gemeente zelf, als classispredikant heb ik slechts een adviserende en technische rol. En samenwerken is maatwerk, er is niet één oplossingsrichting die voor alle gemeenten geldt. Daarbij: samenwerken is leuk!

Mijn boodschap aan gemeenten is: wees niet bang. Samenwerking is juist een voorwaarde voor het behoud van je eigen identiteit.”

Peter Verhoeff, classispredikant in Noord-Holland

 

“Mooi is dat je vanzelf naar elkaar toe groeit”

“Toen ik in 2013 predikant werd in Wijhe, bleek dat er behoefte was aan samenwerking met de gemeenten in Olst, Raalte en Wesepe. De gemeenten worden kleiner, en we willen voor de toekomst het vuur van het geloof brandende houden in Klein Salland. We proberen hier in elk dorp een plek te houden om te kerken, waarbij elk dorp een eigen ‘smoel’, een eigen pastoraal gezicht heeft. Ik zag dat gelijk zitten, in mijn vorige gemeenten werkte ik ook al samen met andere (wijk)gemeenten. Ik heb de ervaring dat je elkaar kunt inspireren en motiveren. Fijn is dat er nog geen noodzaak is wat betreft geld en menskracht. Dat geeft de kans elkaar in alle rust beter te leren kennen.

We zijn begonnen met het organiseren van kerkendagen voor de vier dorpen. In elk dorp hebben we er nu een gehad. Dat werkt goed. Verder wisselen we als predikanten een aantal keren per jaar van kansel. Het programma van Vorming & Toerusting leent zich ook heel goed voor wederzijdse kennismaking en samenwerking. Evenals het jeugdwerk, vervanging van collega’s in vakantietijd, diaconale projecten, Kerkbalans, en schrijven in en voor elkaars kerkbladen. Daarnaast is er een overkoepelend breed overleg dat zaken aanstuurt. Samenwerken is wel 2 stappen vooruit en 1 achteruit. Wil het niet te snel, en ga gestaag door. Corona heeft ervoor gezorgd dat alle vier de dorpen een beetje terugvielen op eigen terrein, maar we hebben de samenwerking toch weer opgepakt. 

Als predikant heb je wel een voortrekkersrol: je moet zelf in de samenwerking geloven, anders kun je het wel vergeten. Als ik er enthousiast voor ben, dan heeft dat effect op de gemeente. Het is wel zaak iedereen mee te krijgen, als predikant ben je vaak al een paar stappen verder. De eigenheid van de gemeente is in mijn ervaring niet in het geding. Die kan prima blijven bestaan. De een doet het zus, de ander zo. Mooi is dat je vanzelf naar elkaar toe groeit.”

Martje Veenstra-Oving, predikant van de Protestantse Gemeente Wijhe

 

“Fusie moet kroon op jarenlange samenwerking worden”

“Als Hervormde Gemeente Nijeveen zijn we in gesprek met twee buurgemeenten, de Gereformeerde Kerk Nijeveen en de Hervormde Gemeente Kolderveen-Dinxterveen, om vanaf 1 januari 2026 een gefuseerde protestantse gemeente te vormen. Dat zal de kroon op een samenwerking zijn die al zo’n 35 jaar bestaat. Club- en jeugdwerk, een tentdienst in de feestweek, Bid- en Dankdag, de kerstnachtdienst, E-meetings, we doen het allemaal samen. Sinds vele jaren is er ook een overleg ‘protestantse kerken in Nijeveen’, waar de voorzitters van de kerkenraden in zitten, de dominees en van elke kerk nog een afgevaardigde. Daar passeren allerlei gezamenlijke zaken de revue. We zijn daardoor in de loop der jaren naar elkaar toe gegroeid, zonder onze eigenheid op te hoeven geven. 

Op één punt ging dat niet zonder slag of stoot. Vier jaar geleden ging de dominee van de Gereformeerde Kerk Nijeveen met emeritaat, een jaar later zou de dominee van Kolderveen-Dinxterveen dat doen. Toen we het plan bedachten om tot een predikantenpool voor de drie gemeenten te komen, haakte één gemeente af. Een identiteitskwestie: een paar van de huidige predikanten zouden niet passen bij de gemeente. Dat was teleurstellend. Maar tijden veranderen en corona heeft ook een rol gespeeld. Bovendien heeft die gemeente een nieuwe voorzitter die de gemeente meekrijgt in de plannen die er nu liggen. 

Met het uitbreiden van onder meer het aantal gezamenlijke diensten worden verdere stappen in de samenwerking gezet. Mijn gemeente is daar een groot voorstander van, ook omdat ons levend geld op een gegeven moment op is. Er is vermogen op papier, maar dat zit in de gebouwen. Door ons predikantenechtpaar voor 20% te detacheren naar de Gereformeerde Kerk en doordat het echtpaar de pastorie van de kerk heeft gekocht, zingen we het nog wel even uit.

Als het om de gebouwen en het vermogen gaat, gaan de haren trouwens gemakkelijk overeind. Om ons heen hebben we gezien hoeveel pijn en moeite er is als er kerkgebouwen afgestoten moeten worden. We onderzoeken of we de gebouwen buiten de fusie kunnen houden.”

Jan van der Vegt, voorzitter van de kerkenraad van de Hervormde Gemeente Nijeveen