Samenwerken in de kerk is een Bijbelse opdracht. "In de kerk ben je aan elkaar gegeven." Gemeenten zijn hier echter terughoudend in. Bang om hun eigenheid te verliezen. Vaak wordt er pas aan samenwerking gedacht als het eigenlijk te laat is. Ga samenwerken vanuit verlangen niet vanuit noodzaak.

Als de Friese classispredikant Wim Beekman ‘zijn’ gemeenten bezoekt, merkt hij dat die lang niet allemaal behoefte hebben aan onderlinge samenwerking. “Ze vinden zichzelf allemaal de fijnste gemeente van heel Friesland”, vertelt hij. “Vervolgens vertellen ze hoeveel zorgen ze zich maken over de toekomst door gebrek aan bestuurskracht en de verdamping van 50-minners. Die twee factoren gaan razendsnel, veel sneller dan ik dacht!” 

Waarom zouden gemeenten met elkaar samenwerken? Volgens Marco Batenburg, preses van de generale synode van de Protestantse Kerk, is het een Bijbelse opdracht. “In de kerk ben je aan elkaar gegeven. Paulus noemt de kerk een lichaam met verschillende delen die niet zonder elkaar kunnen. Niemand is belangrijker dan de ander. We leven allemaal van de liefde van Christus en zijn op elkaar aangewezen. Dat geldt niet alleen binnen één gemeente, maar ook als gemeenten binnen hetzelfde kerkverband.”

En bij sommige gemeenten is de nood aan de man, signaleert het moderamen van de synode. “We zien een implosie in de kerk op ons afkomen”, signaleert Batenburg. “Een bestuurslaag valt weg doordat er geen mensen zijn die het overnemen. Dan is samenwerken echt noodzakelijk. Het alternatief, geen aanwezigheid van de kerk in een dorp, zou heel jammer zijn.”

Vijf basistaken

De synode zet de komende jaren in op toekomstgericht kerk-zijn en wil gemeenten helpen om een jonge generatie weer te bereiken. Ook denkt de synode na over een nieuwe invulling van het ambt, nu naast vertrouwde gemeenten ook huiskerken en pioniersplekken zijn ontstaan waar veelal pioniers of kerkelijk werkers aan verbonden zijn. Dit gesprek is ook relevant voor kleine gemeenten waar soms kerkelijk werkers aan verbonden zijn. De synode overweegt om hen meer bevoegdheden te geven. Bovendien stelde het synoderapport 'Lichter ingevuld' de indringende vraag aan kleine gemeenten om te bezinnen op de kern. Het rapport noemt vijf basistaken van lokale kerken: het gaande houden van de eredienst, diaconale, pastorale en missionaire inzet en geestelijke vorming. Batenburg: “Als die vijf taken plaatsvinden, dan ben je voluit gemeente en hoef je dus niet per se samen te werken. Al kan het je laten voeden door andere gemeenten natuurlijk heel verrijkend zijn.” 

Tegen de klippen op

Voor de goede orde: niet álle protestantse gemeenten kampen met leegloop. In Batenburgs eigen protestantse gemeente in Gouda bijvoorbeeld kan de kerkenraad bemenst worden, zijn doopdiensten en doen jongeren belijdenis. "Maar ook hier vertrekken jonge mensen stilletjes en wordt het minder makkelijk om de kerkenraad gevuld te krijgen.”

De preses noemt het 'geweldig pijnlijk en verdrietig' dat 'de prachtige boodschap van het evangelie' niet zo veel mensen meer bereikt. “Ik deel in het verdriet van mensen in het land. En dan is het ontroerend om te zien hoe hard er door hen gewerkt wordt om een gemeente toch door te laten gaan. Tegen de klippen op, lijkt het wel. Ze vertellen me dat ze daarvoor de kracht ontvangen. Ik hoop dat ze ook de lenigheid hebben om na te denken over de toekomst. En ja, dan denk ik aan samenwerkingsverbanden.”

Wat zijn de mogelijkheden?

Eerst even de kerkjuridische kant: wat is er mogelijk? De kerkorde biedt sinds kort mogelijkheden om de bestuurlijke organisatie van een gemeente 'lichter' in te vullen. Dat kan bijvoorbeeld door samenwerking met andere gemeenten. De kerkorde noemt drie samenwerkingsvormen: een commissie, een platform en een gemeenschappelijkheid, vertelt kerkordejurist Gijs de Jong van de dienstenorganisatie. “Een commissie bestaat uit leden van verschillende gemeenten. Samen maken ze plannen, bijvoorbeeld over jeugdwerk. Of ze zoeken uit hoe gemeenten hun archieven het beste onderhouden, zodat meerdere gemeenten daar profijt van hebben. De kerkenraden beslissen daarover en de commissie voert het plan vervolgens uit.”

Een iets zwaardere samenwerkingsvorm is het platform, vertelt De Jong. “Een platform bestaat uit leden van verschillende gemeenten, maar kan alleen met toestemming van de classis opgericht worden. Ook moet dit schriftelijk worden overeengekomen. Een platform heeft een eigen beslisbevoegdheid, bijvoorbeeld over geldwerving, gezamenlijk jeugdwerk of diaconale inloophuizen. Alleen door ontbinding kan het platform worden opgeheven.”

De meest intensieve vorm van samenwerking is de gemeenschappelijkheid. Twee of meer gemeenten kunnen dan een gemeenschappelijke kerkenraad krijgen en gezamenlijke kerkdiensten, pastoraat en diaconaat organiseren. De Jong: “Maar het is mogelijk dat bepaalde punten, bijvoorbeeld het onderhoud van een monumentale kerk, zelfstandig blijven gebeuren.” Ook de gemeenschappelijkheid kan alleen via ontbinding worden opgeheven.

Dorpstrots

Klinkt prachtig allemaal, toch willen veel gemeenten hun eigenheid en zelfstandigheid niet verliezen. Ze ontlenen hun identiteit aan de plaatselijke gemeenschap, ziet Beekman. “Hervormden en gereformeerden trekken in dorpen soms nog gescheiden op. In sommige plaatsen hebben ze wel samen een dominee of samen jeugdwerk.”

Die eigenheid en dorpstrots moet niet onderschat worden, zegt Beekman. “Als classispredikant doe je soms je stinkende best om met kerkordelijke bepalingen dorpen samen te brengen. Als je bijna klaar bent, zeggen ze: ‘Nou, dominee. Toch maar niet.’” Wat Beekman betreft is het niet ‘alles of niets’, maar: zelfstandig wat kan en samen wat moet. “Je kunt apart kerkdiensten houden, maar het bestuur van het grote geheel kun je samen doen. Gemeenten willen het wel, maar schrikken ervoor terug. In de praktijk heb ik nog niet veel gemeenten tot samenwerking weten te bewegen.” Sinds hij in 2018 classispredikant werd, zijn er acht samenwerkingsverbanden gesloten, waarvan in één een gezamenlijke kerkenraad is gekomen. Verder zijn er twee fusies gesloten en zijn er twee in de maak. 

Als kleine gemeenten toch zelfstandig willen blijven opereren, wordt samenwerking dan van hogerhand aan lokale kerken opgelegd? Nee, benadrukken Marco Batenburg en Gijs de Jong. Protestantse gemeenten zijn immers zelfstandig. Het is aan gemeenten zélf of ze met elkaar willen samenwerken. Maar, zegt De Jong, er is een ondergrens. “Als faillissement dreigt of er zijn geen ouderlingen meer, dan kan de classis een gemeente verplichten om samen te werken, te fuseren, of de gemeente opheffen.”

Maar zelfs als de kerk uit een dorp verdwijnt, biedt de kerkorde nog de mogelijkheid tot huisgemeenten. “Je bent dan af van alle bestuurslast”, zegt De Jong, “maar je blijft wel een christelijke gemeente vormen waar ook sacramenten kunnen worden bediend.”

Talloze manieren

Gemeenten die gezamenlijk zaken oppakken is wat dorpskerkenambassadeurVerder lezenDorpskerken­beweging Jacobine Gelderloos betreft maar een van de talloze manieren van samenwerken. “Je kunt dat ook doen met andere kerkgenootschappen in het dorp. Of trek op met scholen of culturele en maatschappelijke organisaties. Ook kun je in de regio contact zoeken met bijvoorbeeld zorginstellingen waarmee je activiteiten kunt doen.” Bovendien, zegt Gelderloos, zijn veel gemeenteleden ook actief in bijvoorbeeld het koor of de dorps- of schoolvereniging. “Zij vormen een verbinding tussen kerk en dorpsgemeenschap. Het koor kan dan makkelijk de kerk huren. En misschien willen dorpsbewoners die niet tot de kerkgemeenschap behoren wel als vrijwilliger meewerken aan de openstelling van het kerkgebouw. Misschien wil een gepensioneerde boekhouder wel de kerkfinanciën doen.”

Hoe mooi dit ook klinkt, daarmee los je alle bestuurlijke en financiële problemen toch niet op? “Klopt”, zegt Gelderloos. "Mensen lopen niet snel warm voor samenwerking als deze uit nood geboren is. Het is meer enthousiasmerend om vanuit een gezamenlijk verlangen of doel de handen ineen te slaan. In Slochteren ontstond zo een diaconaal platform voor mensen in armoede, in Enkhuizen is er namens de West-Friese kerken een straatpastor voor dak- en thuislozen, en in Asten en Someren voerden protestanten en katholieken samen een toneelstuk op over vluchtelingen.”

En als de koster toch definitief als laatste het licht uit moet doen, hoeft dat niet het einde te betekenen van je aanwezigheid in de dorpsgemeenschap. “Toen de rooms-katholieke kerk van Makkum fuseerde met Bolsward, werd het eigen gebouw verkocht. Vervolgens huurden ze een winkelpand in Makkum; van daaruit organiseren ze activiteiten voor het dorp. Je kunt als gemeente ook maaltijden in het dorpshuis houden.”

Uiteindelijk is de vraag: gaat het je om je eigen hachje – de toekomst van je kerk – of om de nood op je stoep? “Als kerk zijn we op weg naar het Koninkrijk van God, en onderweg ontdekken we dat meer mensen diezelfde richting opgaan.” En dat kan wat Gelderloos betreft ook met volgelingen van Christus die geen lid zijn van een protestantse gemeente. “Stel dat er een gereformeerd-vrijgemaakte of rooms-katholieke kerk in het dorp zit, kun je met hen samen optrekken? Denk aan een 4-mei-herdenking, diaconale activiteiten of het dorpsfeest. Zo organiseren hervormden en vrijgemaakten in Schildwolde samen een kerstnachtdienst in een feesttent die tussen Kerst en Oud&Nieuw naast de kerk staat.”

Het kan en het mag

Samenwerken met andere kerkgenootschappen, is dat een goed idee? “Prachtig!” reageert Marco Batenburg enthousiast. “In Zalk, waar ik eerder predikant was, houden hervormden en Nederlands-gereformeerden weleens gezamenlijke diensten en is er gemeenschappelijk jeugdwerk. Zulke samenwerking binnen de eigen dorpscontext ligt soms meer voor de hand dan met protestantse gemeenten drie dorpen verder.”
En van de kerkorde mag het, weet kerkjurist Gijs de Jong. “Kerkordelijk gezien is er de mogelijkheid van een gemeenschappelijke viering. Formeel kunnen bijvoorbeeld een protestantse gemeente en een gereformeerd-vrijgemaakte kerk nog geen samenwerkingsgemeente vormen, maar als daar in de gemeenten veel vraag naar zou komen, kan gekeken worden of en hoe de kerkorde daarop aangepast kan worden. Op dit moment heeft Amersfoort-Vathorst een uitzonderingspositie. Nederlands-gereformeerden, christelijk-gereformeerden en protestanten vormen er een federatie.”

Een recent voorbeeld van een dergelijke samenwerking is de gereformeerd-vrijgemaakte predikant Jasper Klapwijk die door een vrijgemaakte kerk wordt gedetacheerd aan de Haagse protestantse Pax Christikerk. Klapwijk schrijft op Twitter dat deze constructie het gevolg is 'van jarenlange goede samenwerking tussen voorgangers en kerken binnen het Missionair Platform Den Haag'.

'Het is Uw kerk'

Ideeën genoeg, maar toch ligt classispredikant Wim Beekman soms letterlijk wakker van de toekomst van kerk, geeft hij toe. Dat hij toch niet zonder hoop is, komt door de “prachtige verhalen over hun eigen ziel” die hij van zijn Friese 'schapen' hoort. “Mensen die er wél komen, zitten heel bewust in de kerk. Ze voelen zich verbonden met de generaties of komen na ernstige ziekte of na jarenlange afwezigheid toch weer naar de kerk. Elk bezoek sluit ik af met gebed. Daarin vertellen we God waar we dankbaar voor zijn en wat onze zorgen zijn. En ik vraag om vertrouwen dat Hij Zijn kerk niet laat vallen. Laten we op God hopen en ons door Hem laten troosten en bemoedigen. En op een gegeven moment moet je, zoals paus Johannes XIII eens, zeggen: ‘Lieve Heer, het is Uw kerk. Ik ga nu slapen.’ Weet je, die kerk bestaat al zo lang en zal deze seculiere tijden ook wel overleven.”

 

Dit artikel komt uit: #protestant - magazine Protestantse Kerk
Vakblad voor ambtsdragers en vrijwilligers