‘Ik bel je, iedere dag’

(oplossingen in tijden van corona  -  Hanneke Bekker)

Maandagmiddag. Alleenwonende bejaarde man. Deur op een kiertje. ‘Kom niet dichterbij’, zegt hij.  ‘Misschien heb je het virus.’ Groot gelijk, zeg ik. Wat vindt u ervan om aan de telefoon te vertellen hoe het gaat? Dan bel ik u nu op. Vanuit de auto zie ik hem staan achter het raam, telefoon aan het oor. Hij praat 54 minuten vol.

Dinsdagmorgen. Verwarde jonge cliënt. Zelfs in het nieuwe thuisland ontheemd. Blijft druppels schudden uit het flesje desinfecterende gel op het bureau. Maar het is niet genoeg om het weg te wassen. Met heel veel aandacht en geduld zoeken we naar een oplossing, elders. Dan zegt hij: ‘Maar ik wil bij jou blijven!’ En checkt steeds opnieuw mijn telefoonnummer.

Woensdagmiddag. Alleenwonende zieke buurtgenoot. Aan de telefoon. ’Ik heb je al zo lang niet meer gezien of gesproken!’ Maar we hebben toch pas nog…? Laat maar, het voelt duidelijk lang geleden. ‘En nu mag je zelfs niet meer komen hè? Want ik behoor tot de risicogroep. Maar hoe moet het nou met mijn boodschappen, als ik niet meer naar buiten kan en er niemand op bezoek mag komen?’ Geen probleem, zeg ik. Stuur je boodschappenlijstje maar door, ik leg het wel voor de deur. En weet je dat we ook kunnen videobellen?

Vrijdagmiddag. Alleenstaande bejaarde vrouw. ‘Zo fijn dat je er bent. Je bent de enige persoon die ik in twee weken tijd spreek.’ Op het aanrecht een verzameling muntjes en een bakje zeepsop. Wat bent u aan het doen?  ‘Ik ontsmet mijn geld. NIET AANRAKEN! Daar kun je echt héél erg ziek van worden!’ Ah, corona-smetvrees, begrijp ik. Misschien verstandig om alleen nog het bankpasje te gebruiken? Dat raakt u alleen zelf aan en het ontsmet wat sneller. Al dat besmette geld zondag dan gewoon in de collectezak. O nee, wacht, dat kan niet…

Zondagavond. Het verpleeghuis. Het enige leven uit de kamers komt van de televisies. Nog maar even, want als om 22.00 uur het nachtteam komt, moet iedereen in bed liggen. Schrijnend vroeg, voor wie kort slaapt en zelf niets meer kan. De regiebehandelaar komt binnen: het verpleeghuis gaat drie weken dicht voor alle bezoekers. Geen zee van tijd, maar een oceaan. Peilloos diep. Het moet even bezinken. Dan zegt hij, vanuit zijn rolstoel: ‘Wat zul jij mij gaan missen. Maar ik bel je, iedere dag’.

Reacties  

#1 Olaf 16-03-2020 21:40
Wat een prachtige anekdotes Hanneke! Hoe je op afstand toch dichtbij kunt zijn!
Citeer

Plaats reactie