Op 15 maart, de eerste zondag dat we, als gemeente, niet meer bij elkaar mochten komen vanwege het Coronavirus, was het zondag Oculi, de ‘zondag van het oog’. Hiermee wordt verwezen naar Psalm 25:15: ‘Ik houd mijn oog gericht op de HEER, Hij bevrijdt mijn voeten uit het net’. Een gemeentelid wees me erop dat dit letterlijk ‘de zondag van het oog’ werd, want sindsdien kunnen we enkel en alleen nog via onze ogen en oren verbonden zijn met elkaar: via een scherm en niet meer fysiek.  

 

En zo is het lente geworden. Zo is Pasen voorbij gegaan. En zo zijn we samen op weg, naar de herdenkingen op 4 en 5 mei en naar het grote feest van Pinksteren. Door onze ogen en oren verbonden met elkaar. Samen zoeken we God en geloof in deze crisis, en proberen we ons oog op Hem gericht te houden.

Juist in deze tijd van 4 en 5 mei-herdenkingen denk ik veel na over vrijheid en bevrijding. Op een online wijkkerkenraadsvergadering zei iemand: ’Als we bevrijdt zijn van dit Coronavirus, dan…’. Daar bleef ik op haken. Als we bevrijd worden…

Zo voelen velen van ons zich: in een benauwde situatie waaruit ze gered willen worden. ‘Het lijkt wel oorlog’ hoor ik de laatste tijd vaak. We schuilen in onze huizen en voelen ons niet veilig op straat. Allerlei beperkende maatregelen zijn ons opgelegd. We hebben niet meer de vrijheden om te gaan en staan waar we willen en erger nog: geen vrijheid om bij de ander te zijn, om die te bezoeken, te omhelzen.

Aan de andere kant ervaar ik juist in deze tijd een soort vrijheidsgevoel. Zo heb ik afgelopen week zomaar een uur met de poppen gespeeld met mijn dochter. We hoefden immers nergens heen. Niet op tijd naar school, geen sociale afspraken. We zaten gewoon thuis en er was even niets anders dan wij en de poppen en ons zelfbedachte verhaal. Ineens ervoer ik daarin vrijheid.

Deze crisis is vreselijk, laat dat voorop staan. En ik hoop en bid dat het snel tot een einde komt. Tegelijkertijd zet het ons op een goede manier stil. Ik vraag me af of we niet teveel vrijheden hebben gehad. Zijn we, als mensheid, niet te groots en te gretig geweest? Onze wereld is druk en vol en steeds willen we meer. Nu worden we stilgezet, en nu realiseren we ons hoeveel vrijheid we hadden en hebben. Nu gaan we de dingen meer in perspectief zien. We zien duidelijker wat belangrijk is en wat niet.

Om anderen en onszelf te beschermen, houden we afstand van elkaar en perken we onze vrijheid in. In die afstand ontstaat een enorme verbondenheid. We doen het voor elkaar. Dat merk ik overal; in de kerk, in mijn straat. Ik zie het in Nederland en zelfs wereldwijd.

Vrijheid zal na deze crisis een nieuwe betekenis hebben, zoals het ook een nieuwe betekenis kreeg na de Tweede Wereldoorlog. We zullen met nieuwe ogen kijken naar de wereld om ons heen. De bevrijding zal komen, maar hoe: daar kunnen we ons nu nog geen beeld van maken.

Tot die tijd mogen we ons vasthouden aan de opdracht én belofte uit Psalm 25: ‘Ik houd mijn oog gericht op de HEER, Hij bevrijdt mijn voeten uit het net’.

Ds. Aster Abrahamsen

 

Dit artikel is verschenen in de Kerkbrink van april 2020.

Plaats reactie