Acht puzzelstukjes per dag. Dat is het maximale aantal dat de gehandicapte meneer D. kan leggen.

Als hij zaterdag aan het eind van de middag belt om te vertellen dat hij een legpuzzel van 1000 stukjes heeft gekregen, is het eerste dat in me opkomt: wie haalt het in zijn hoofd een zwaar gehandicapte man die nog maar één hand kan bewegen, een legpuzzel met 1000 stukjes te geven? Maar dan zegt meneer D. dat hij heel veel zin heeft om die puzzel te maken. Er staat een afbeelding op van Anton Pieck. De klokkenwinkel. Het roept herinneringen op aan vroeger, de tijd dat alles beter was. Hij wordt er blij van.

Kwart voor vijf rennen we naar de Gamma. Over het parkeerterrein slingert een lang lint van wachtenden. Het is duidelijk dat we hier niet voor sluitingstijd geholpen worden. Op naar de volgende bouwmarkt. Op de zaagafdeling leggen we uit wat de bedoeling is en vragen we of er een stuk resthout is met een afmeting van 90 bij 100. Helaas heeft Marie Kondo hier ook huisgehouden. Dan maar een plaat van 3 meter kopen en op maat laten zagen. In sneltreinvaart kopen we profielen, schroeven en lijm. Net op tijd, vóór de mededeling dat de winkel gaat sluiten.

Meneer D. heeft geen tafel. We hebben nu wel een grote plaat met een opstaand randje, maar geen geschikt onderstel. ’s Avonds piekeren we tevergeefs over een oplossing die direct toepasbaar is.

De volgende ochtend. De ligging van de kamer van meneer D. maakt het mogelijk vanaf het terras de kamer in te gaan. We vertellen hem vanachter het gesloten raam dat we niet in de buurt mogen komen en dat hij op drie meter afstand in de badkamer moet gaan zitten. Hij rijdt er in zijn rolstoel langzaam maar lachend naar toe. In de kamer staat een klein koffietafeltje dat op rolstoelhoogte gebracht kan worden. We vragen hem of hij erg gehecht is aan dit tafeltje. En wat hij liever heeft: een koffietafel of een puzzeltafel waar in ieder geval voorlopig ook nog ruimte op is voor een kop koffie. Hij hoeft er niet lang over na te denken. Met de schroefboormachine schroeven we de plaat op de tafel. Tot ons grote geluk blijkt die ook een stukje te kunnen kantelen. We leggen de puzzel erop, ontsmetten alles wat we hebben aangeraakt en kijken buiten vanachter het raam hoe meneer D. voorzichtig zijn rolstoel tot onder het puzzelblad rijdt. Hij steekt zijn duim op. We kletsen nog even op veilige afstand. Dan zegt hij dat we wel mogen gaan, hij heeft zin om te puzzelen.

Bij vertrek dringt de metafoor zich vanzelf op. De klokken, de puzzelstukjes, de verlamming, het onvermogen. Maar ook de alternatieven, de dankbaarheid.

Na een paar dagen meldt meneer D. opgetogen dat het hem lukt om acht puzzelstukjes per dag te leggen.

Acht puzzelstukjes per dag. Reken niet uit wanneer het plaatje compleet is. Acht is genoeg.

Hanneke Bekker

Reacties  

#1 Herma Bosma 24-05-2020 13:56
Bijzonder!
Citeer

Plaats reactie