‘Ik ben de ware wijnstok’

Dat klinkt behoorlijk aanmatigend. Dat is bij al die ‘Ik ben’-woorden eigenlijk wel zo. ‘Ik ben het brood des levens’, ‘Ik ben de ware wijnstok’, ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ … 7 keer klinken de ‘Ik ben’-woorden.

Het is belangrijk ze in de goede context te zetten. Dat is wat we vanmorgen met ‘Ik ben de ware wijnstok’ willen doen. Dan is het goed om te bedenken dat we met elkaar aan de tafel zitten bij het Laatste Avondmaal. Naar goed joods gebruik vieren we iets niet om omdat het in het verleden was, maar stellen we de zaken zo voor alsof we er zelf bij zijn; wíj zitten met Jezus aan die laatste maaltijd. En Hij heeft ons de voeten gewassen. Hij heeft zijn kleren uitgetrokken, een lendendoek­je omgedaan wat men dan nog net betamelijk voor slaven vindt. Als slaaf heeft Hij een doek gepakt waarmee Hij dan de voeten afdroogt. En tussen ons zit er dan altijd wel een die zegt:

‘U gaat mij toch zeker de voeten niet wassen!’, waarop Hij zegt ‘als ik jouw voeten niet mag wassen, kun jij niet bij Mij horen’. Zo iemand is dan altijd rap van tong en zegt ‘dan niet alleen mijn voeten, maar helemaal!’. En zegt Hij tegen je:  ‘je bent al gereinigd, je voeten is genoeg’. Dan kijkt Hij ons aan en vraagt ”‘Weten jullie eigenlijk wel wat ik gedaan heb en wat Ik daarmee bedoel?’ Zoals Ik jullie gediend heb, wil ik dat jullie elkaar dienen. Jullie noemen Mij wel je Heer, je Rabbi, je meester, en dat ben ik (Ik ben!) ook, maar als ik jullie voeten was, zullen jullie dan als mijn leerlingen niet hetzelfde doen?

Lees meer>>