Een gemeenschappelijke vijand verbindt. Het wordt makkelijker om over onderlinge verschillen heen te stappen, als je een gezamenlijke tegenstander hebt. Dat zien we in het gedeelte wat we lazen en ook in de rest van hoofdstuk 12. Hogepriesters, schriftgeleerden, oudsten, Farizeeën, Herodianen en Sadduceeën, allemaal vormen ze één front. Tegen een gezamenlijke dreiging. Jezus van Nazareth.

Ze proberen hem uit de weg te ruimen. Maar omdat hij populair is bij het gewone volk moeten ze dat voorzichtig doen. Met een list. En daarom komen ze bij Jezus en zeggen: ‘Meester, we weten dat u oprecht bent en dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God.’ Dat is allemaal heel beleefd. Maar dan de vraag: ‘Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?’

Lees meer>>